Faculteit TNW
Faculteit TNWTU Delft
Project
TNW Zuid TU Delft
Opdrachtgever
TU Delft
Architect
Ector Hoogstad architecten
Locatie
Delft
Projectomvang

30.000 mbvo

Doorlooptijd
2014 - 2016

De TU Delft heeft er een gebouw bij gekregen met laboratoria waarin, ten behoeve van het onderzoek, trillingen vanuit de omgeving en het eigen gebouw tot een minimum dienen te worden beperkt en de temperaturen zeer stabiel moeten zijn. Het gaat om de nieuwbouw voor de faculteit Technische Natuurwetenschappen (TNW), waar Bionanoscience, Chemical Engineering en Biotechnologie onder vallen.

Installatiegeluid
Nanotechnologie: een van de wetenschappen van de toekomst. En een wetenschap die een dusdanig kleine schaal onderzoekt dat met sterk vergrotende microscopen wordt gewerkt. Om onderzoek op atomaire schaal mogelijk te maken, moet de omgeving uitermate stabiel zijn. Zó stabiel dat elk laboratorium een eigen recirculatie-unit nodig heeft die de temperatuur reguleert. Om de invloed van het installatiegeluid op de testopstellingen tot een minimum te beperken zijn in overleg met de gebruikers en de ontwerppartners zeer strenge geluideisen gesteld ( NC-20 / 25 voor de MR labs en NC-15 voor de HR-labs). 

Er is lang overlegd over de kwaliteit en plaatsing van de geluidsdempers op de apparatuur en over de mogelijkheden om het plenum akoestisch te isoleren. Uiteindelijk is het principe toegepast van dubbele verlaagde plafonds waarbij de luchtbehandelingskanalen zich boven een geluidsisolerend plafond bevinden en de lucht door middel van luchtslangen boven een systeemplafond wordt verdeeld. Om geluidoverdracht vanuit de (techniek)gangen naar de onderzoeklaboratoria te verminderen zijn geluidsisolerende wanden en deuren toegepast. Op basis van dit ontwerp is een mock-up gemaakt om het allemaal in de praktijk te testen. Het gebouw is in februari opgeleverd en inmiddels zijn er controlemetingen uitgevoerd waaruit volgt dat aan de genoemde eisen wordt voldaan.

Daglichttoetreding
Het gebouw heeft de vorm van een 8: twee vleugels die elk rond een patio liggen. De vleugels ontmoeten elkaar in de centrale hal van vier verdiepingen hoog, die als het logistieke en sociale hart fungeert. Het gebouw herbergt veel kantoren en veel laboratoria. Om een afwisselend gevelbeeld te creëren, zijn de labs in de ene helft van de 8 aan de buitengevel geplaatst en de kantoren aan de patio en in de andere helft omgekeerd.

Dit leverde een interessante opgave op voor de daglichttoetreding. De patio’s zijn niet erg groot, dus met name in de oksels en op de laagste verdiepingen vindt minder daglichttoetreding plaats. Naast het zo transparant mogelijk ontwerpen van de patiogevel heeft ABT meegedacht over de plattegronden. Waar situeer je welk type ruimte? Hierbij zijn de gebruiksfuncties waar daglichttoetreding minder belangrijk is en waarvoor geen daglichteisen gelden, bijvoorbeeld bijeenkomstfuncties, in de oksels gesitueerd.

Flexibel indeelbaar <–> ruimteakoestiek?
In het project is voor de kantoren uitgegaan van een grote mate van flexibiliteit waarin verschillende kantoorconcepten mogelijk zijn. Bovendien is het gebouw uitgerust met betonkernactivering. Dat betekent dat ook de ruimteakoestiek de nodige aandacht vroeg. Plafondeilanden hebben immers een veel kleinere oppervlakte dan een verlaagd plafond, zodat scherp naar de materiaalkeuze moet worden gekeken. Bovendien: als men op termijn met wanden gaat schuiven, moet de ruimteakoestiek nog steeds goed zijn.

Dat lukte niet overal met plafondeilanden alleen, zodat op sommige plekken een koof met installaties geluidsabsorberend is uitgevoerd en in bepaalde hoekkantoren aanvullend akoestische beplating op wanden is aangebracht. Nu kan de gebruiker – binnen een bepaalde bandbreedte – vrij met zijn ruimte omspringen en wanden weghalen en herplaatsen, waarbij hij altijd overal voldoende lucht en daglicht heeft en de ruimteakoestiek goed is.

Brandcompartimenten
Voor het project is een brandveiligheidsconcept ontwikkeld met een indeling in grofweg elf brandcompartimenten per bouwlaag, met zes vluchttrappenhuizen. Het compartiment van het atrium is echter over drie bouwlagen gesitueerd (verticaal brandcompartiment). Daarvoor bleek het praktisch niet mogelijk onder de maximale brandcompartimentsgrootte van duizend vierkante meter te blijven. Hier is na overleg met de brandweer goedkeuring voor verkregen.

Voor de laboratoria binnen de nieuwbouw is bij de indeling in brandcompartimenten rekening gehouden met het specifieke gebruik van deze ruimten. De brandadvisering van ruimten waar met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt, is gebaseerd op de PGS15. Hiertoe is plaatselijk van een veel fijnmazigere brandcompartimentering uitgegaan.

Grote bezoekersstromen
Het gehele gebouw moet conform de basisuitgangspunten in de bouwregelgeving binnen vijftien minuten volledig ontruimd zijn. Op basis van de bezetting van het gebouw (circa 1400 personen) zijn hiertoe ontvluchtingsberekeningen opgesteld. Daarnaast is, mede op verzoek van de brandweer, ook bepaald hoeveel personen maximaal op veilige wijze in het gebouw aanwezig kunnen zijn. Dit om ook in de toekomst bij eventueel hogere personenbezetting, zeker te stellen dat het gebouw vluchtveilig is en binnen gestelde vijftien minuten ontruimd kan zijn.

Het geavanceerde gebouw is in februari 2016 opgeleverd. ABT verzorgde de bouwfysische, akoestische en brandtechnische advisering.

 

Deel dit bericht