Walter Spangenberg stopt na 35 jaar ABT
30 juli 2021

'Straks eerst een kinderboek schrijven'

In 1986 begon Walter Spangenberg bij ABT. Juli dit jaar ging hij met pensioen. Redenen genoeg om met een collega die zoveel voor ons bureau heeft betekend terug te blikken én vooruit te kijken. Voor ABT-magazine ging Walter in gesprek met twee jonge collega’s: constructeurs Eveline Gootzen en Rayaan Ajouz. Over het vak, samenwerken en het genieten van mooie projecten.

Walter, wat zeg je als mensen vragen wat voor werk je doet?

“Dan vertel ik dat wij helpen mooie dingen te bouwen. Vaak ziet het publiek uitsluitend wat de architect en de aannemer doen. Ik leg uit dat wij daarvoor de onmisbare sommetjes maken. Constructeurs zijn gewend een bescheiden rol te spelen. Toch: zonder ons geen project. Het geeft mij altijd de ultieme voldoening bijgedragen te hebben aan iets tastbaars. Dat je kunt zeggen: ‘dat heb ik gebouwd’.

Hoe heeft jouw loopbaan zich ontwikkeld?

“Aan de TU Delft deed ik civiele techniek en studeerde af bij prof. ir. Jaap Oosterhoff, de oprichter van ABT. Ik ben als constructeur/projectleider begonnen, werd daarna senior-adviseur en heb onder andere samen met Gerard Doos onze constructiegroep geleid. Daarna ben ik tien jaar, tot medio 2017, algemeen en technisch directeur geweest. De afgelopen jaren heb ik me als senior-adviseur veel met de stuurgroepen Techniek en Innovatie beziggehouden en met de coaching van ons vele jonge talent.”

En wat voel je je het meest?

“Constructeur. Maar mijn interesse is breder dan constructie alleen. Mijn passie was en is projecten door opzienbarende techniek mogelijk maken en meerwaarde meegeven. Met integraal ontwerpen als uitgangspunt. Over constructief ontwerpen ben ik nu, ter gelegenheid van mijn naderende pensionering, een boek aan het schrijven. Zo beleef ik alle mooie projecten waaraan ik heb meegewerkt opnieuw: de problematieken, de samenwerkingen, de anekdotes…”

Afbeelding: 5-Walter 21060_2274_HZF9041_highres
© Herman Zonderland

Is er een project bij dat er echt voor je uit springt?

“Ik mocht aan tientallen bijzondere projecten meewerken, waaronder de verbouwing van het Anne Frank huis/Anne Frank Museum, EYE Filmmuseum, Hilton Amsterdam Airport Hotel, het Nationaal Militair Museum, Montevideo, Huis van Delft en Forum Groningen. Van welk project ik het meest heb genoten of waarop ik het meest trots ben, kan ik niet zeggen. Dat zit ook niet in de omvang of complexiteit ervan. Een mooie oplossing bedenken binnen een budget van vierduizend euro advieskosten is ook heel bevredigend. Zal je net zien dat je daar de Staalprijs mee wint. Het is dus niet zozeer een speciaal project, maar vooral een samenwerking die heel bijzonder voor me is. Dat is die met Mecanoo, het bureau van Francine Houben, maar ook met hun spin off’s.  Professioneel en persoonlijk klopte dat altijd perfect.”

Moet er iets veranderen aan de huidige rol en positie van de constructeur?

“Een bouwproject zou altijd een hoofdconstructeur moeten hebben die tot en met de uitvoering betrokken en verantwoordelijk is. Dus geen harde knip halverwege het traject. Er is veel discussie over in de sector, maar er wordt niet doorgepakt door de overheid en de opdrachtgevers. Neem het Constructeursregister. Iedereen vindt het een hartstikke goed initiatief, maar daar blijft het voorlopig bij. Ik wil met opdrachtgevers graag praten over garanties en die waarmaken. Die transitie is nodig om optimale kwaliteit en veiligheid in de toekomst te kunnen borgen.”

Wat zou je jonge collega’s mee willen geven aan goede raad, tips en adviezen?

“Probeer veel verschillende dingen te doen in een mix van grote en kleine projecten, zowel ‘normale’ als specials. Zorg dat je je comfortabel voelt. Je moet het gevoel hebben dat je de materie en het project beheerst. Dat geeft rust. Raadpleeg vooral ook je collega’s, blijf niet met je probleem zitten. Ga even bij elkaar zitten. Sparren over je vak is niet alleen heel nuttig, maar vooral ook erg leuk. Die uurtjes verdienen zich driedubbel terug. Ook belangrijk: gun jezelf een kijkje op de projecten waar je betrokken bij bent. Pak je kansen en geniet ervan.”

Afbeelding: 5-Walter221060_2274_HZF9036_highres
© Herman Zonderland

Kwam je zo zelf ook van je ‘constructeursvrees’ af, de twijfel dat je iets over het hoofd ziet of een foute berekening maakt?

“Een berekening ging bij mij nooit diezelfde dag de deur uit. Daar heb ik echt een principe van gemaakt: er nog even een nachtje over slapen of een collega een second opinion vragen.”

Hoe kijk je in dit verband tegen de digitalisering van het vak aan?

“Digitalisering is prachtig, kijk maar naar wat wij als bureau al kunnen om er ontwerpen efficiënter mee te maken. Ook rekenkracht is een uitstekend hulpmiddel. Maar blijf je realiseren dat softwareprogramma’s alleen kunnen wat erin is gestopt. Als constructeur moet je scherp en kritisch blijven. Ik vind dan ook niet dat de constructeur van de toekomst moet kunnen programmeren, maar dat deze altijd zelf de basisberekeningen moet kunnen maken.”

Wat karakteriseert de ‘typische’ ABT’er voor jou?

“Dat is een initiatiefrijke collega met focus op het eigen vakgebied. Iemand die zorgt dat er iets gebeurt. Hij of zij denkt met de organisatie en de klant mee en pakt zijn of haar rol. Ik denk dat ABT er de goede, vlakke organisatiestructuur voor heeft, waarin de projecten centraal staan. Wat ook helpt is dat we een informeel bedrijf zijn met veel diversiteit.”

Wat ga je doen straks?

“Een kinderboek schrijven, vissen, sporten en tekenen. Misschien ga ik nog wat lesgeven, maar dat laat ik allemaal even rustig op me af komen.”

Dit artikel is gepubliceerd in het ABT Magazine, juni 2021.

Deel dit bericht