NoNo House: zoektocht naar stikstofvrij bouwen
29 januari 2021

In Delft is half december het NoNo House opgeleverd, een experimentele zoektocht naar bouwmethoden voor stikstofvrij bouwen. Het 60m2 grote pand is een bijgebouw van het Co-Creation Centre op The Green Village, fieldlab voor duurzame innovatie op TU Delft Campus.

Afbeelding: Job en Okke NoNo House
Job Janssen (links) en Okke Willebrands - © Herman Zonderland

Aanleiding voor het experiment was de stikstofcrisis van 2019. Deze kwestie bracht The Green Village op het idee van een testcase met een stikstofarm gebouw, onder de naam NoNo House. NO is de scheikundige term voor stikstof. In het project werkten opdrachtgever The Green Village, Mecanoo Architecten, ABT, WAM&VanDuren Bouwgroep en Weenk Schroeffunderingen nauw met elkaar samen. Namens ABT ontfermden constructeur Okke Willebrands, geotechnisch specialist Job Janssen en bouwfysicus Ifigeneia Papathanasiou zich over het constructief ontwerp, de bouwfysica en de geotechniek.

Transporten en bewerkingen minimaliseren

In het experiment werd gezocht naar oplossingen die de uitstoot van stikstof en fijnstof tot een minimum beperken. Okke Willebrands: ‘We zochten naar bouwmethoden waarmee je in potentie stikstofvrij kunt bouwen. Daarbij richtten we ons met name op het minimaliseren van de transporten, gewicht en handelingen op de bouwplaats. Zo kwamen we al snel op prefab bouwen in hout, omdat dit snel en makkelijk met klein-elektrisch materieel te verwerken is.’ 

Licht, eenvoudig en eenduidig

De gebouwconstructie is volledig opgetrokken uit relatief lichte, geprefabriceerde CLT-elementen. Okke: ‘Hoe lichter het materiaal, hoe minder energie er nodig is voor het hijsen en transport. Door met één constructie-element (CLT) te werken maakten we de constructie ook eenduidig. Zo beperkten we de verschillende aanvoerlijnen naar de bouw en het aantal partijen op de bouwplaats tot een minimum.’ De bouwtijd bedroeg nog geen maand, van funderen tot opleveren. 

Voor de fundering viel de keuze op lichte stalen schroefpalen van Weenk Schroeffunderingen. Job Janssen: ‘Toevallig was op de campus zojuist een pand gesloopt dat was gebouwd op herbruikbare schroefpalen van Weenk dat ook in het project deelnam. Het funderingsmateriaal dat we nodig hadden was dus 50 meter verderop beschikbaar. Hoe mooi wil je het hebben?‘

Betonnen vloer niet nodig

De palen bestaan uit losse segmenten van 1,5 meter die na de gebruiksduur weer kunnen worden hergebruikt. Het risico van houtaantasting door optrekkend vocht werd ondervangen door het gebouw iets op te tillen en direct op de palen te plaatsen. Een betonnen ondervloer of funderingsbalk was niet nodig. Okke: ‘Zo beperkten we het materiaalgebruik nog meer en bleef het ontwerp eenvoudig en eenduidig.’ Job en Okke merken daar wel bij op dat deze oplossing alleen geschikt is voor relatief lichtere gebouwen. Daarom heeft Ifigeneia met dampberekeningen onderzocht wat bouwfysisch gezien de juiste pakketopbouw is van de vloer.’

Kijk om je heen

Belangrijkste eye opener voor Okke Willebrands: ‘Als je je in het ontwerp richt op stikstofvrij bouwen, zoek je bijna automatisch naar oplossingen die het materiaalverbruik en het aantal verschillende materialen beperken. Zo kom je tot een eenduidige constructie, met eenvoudige oplossingen voor complexe problemen. Dit levert ook besparingen op in handelingen, transporten, materiaal- en materieelgebruik.’ 

Job Janssen keek vooral op van de verrassende mogelijkheden van hergebruik van materialen in de directe omgeving. ‘Daarvan heb ik geleerd: kijk naar de beschikbare middelen om je heen en denk na over hoe je die in het project kunt toepassen.’

Voor meer informatie:

o.willebrands@abt.eu | +31157676740
job.janssen@abt.eu | +31152703609
i.papathanasiou@abt.eu | +31157676721

Dit artikel is gepubliceerd in het ABT Magazine, december 2020.

Foto header: © Herman Zonderland

Deel dit bericht