29 juli 2020

Nieuwe rol van de ingenieur: regisseur van de techniek

Urbanisatie, mobiliteit, grondstoffenschaarste en global warming. De ingenieur van de toekomst werkt aan concrete oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken. En neemt er als regisseur van de processen direct verantwoordelijkheid voor. Die toekomst komt, ook door de huidige coronacrisis, sneller op ons af dan we tot voor kort konden vermoeden. Een interview met het directieteam van ABT.
 
Hoe om te gaan met die nieuwe rol van de ingenieur? Samen zijn alle ABT’ers hun professionele toekomst aan het vormgeven. In een ingenieursbureau dat zich volledig richt op de maatschappelijke opgaves van vandaag en morgen en de veranderende vraag van de klant. De organisatie is daarvoor de afgelopen jaren aangepast. Doel is de benodigde kennis voor een project altijd snel en op maat te kunnen mobiliseren. Trefwoord: eenvoud.
 
Kruisbestuiving leidt tot klantwaarde
 
Het piramidemodel heeft plaatsgemaakt voor een platte structuur. ABT heeft geen algemeen directeur en traditionele afdelingen meer, maar bestaat uit stuurgroepen, projectgroepen en kennisgroepen. Professionals kunnen van meerdere groepen deel uitmaken. Onderling zorgt men voor een optimale uitwisseling van kennis en ervaring. Die kruisbestuiving geeft meer klantwaarde.
 
Sinds begin 2020 heeft ABT ook een bestuursmodel dat bij deze manier van werken past. Rudi Roijakkers, André Speksnijder, Sander Dorleijn en Justin de Jong zijn het ABT- gezicht naar buiten en vormen formeel de statutaire directie. Zij zien zichzelf in de eerste plaats als specialist en adviseur: meewerkende voormannen.   
 
Meebewegen met markt
 
Rudi Roijakkers: “ABT beweegt mee met marktontwikkelingen. Hoe eenvoudiger ons bedrijf in elkaar zit, des te flexibeler en wendbaarder we zijn. In onze kennisgroepen ontwikkelen en borgen we kennis op onze vele vakgebieden. Ook brengen we medewerkers met verschillende achtergronden op de nieuwe thema’s samen. Met deze integraliteit voegen we waarde toe in onze projecten. We doen dat vanuit een toegankelijke en informele organisatie en met de wil om teamwork te leveren.” Wat daarbij helpt, aldus het directieteam, is dat ABT zelfstandig en onafhankelijk is. Het bedrijf maakt deel uit van Oosterhoff Group, een aantal gelijkstemde en vooral specialistische ondernemingen die een kwalitatieve bijdrage aan de gebouwde omgeving kunnen leveren. Oosterhoff Group is van de medewerkers zelf, letterlijk. Zij komen in principe allemaal in aanmerking voor een vorm van aandeelhouderschap. Deze eigendomsstructuur is de belangrijkste pijler onder de lange termijnfilosofie. Het is een ideale manier om optimale betrokkenheid en continuïteit te creëren.
 
Leiderschap en ondernemerschap
 
Justin de Jong: “In ons nieuwe model krijgt elke ABT’er veel eigen verantwoordelijkheid. Er is alle ruimte voor persoonlijk leiderschap en ondernemerschap. Het zijn allemaal professionals met passie voor hun vak. Die moet je de ruimte geven, is het idee.” Voor de transitie werd in 2016 de aftrap gedaan. Ruim dertig ABT’ers werkten de filosofie en het bijbehorende bedrijfs- en bestuursmodel uit. Zij werden er intern meteen de ambassadeurs van.  André Speksnijder: “Het heeft een open en platte structuur opgeleverd,  gericht op integraal werken en met verantwoordelijkheden laag in de organisatie. Daarbij moet je ingesleten gewoontes los durven laten en nieuwe wegen inslaan. Als je kunt samenwerken op basis van vertrouwen - afspraken maken en nakomen - kun je uiteindelijk werken met zo min mogelijk interne regels en procedures. Er borrelt nu van alles in het bedrijf, het werkt vaak fantastisch. Die nieuwe dynamiek maakt ons absoluut tot een innovatief ingenieursbureau.”
 
Maatschappelijke impact
 
ABT, zegt het directieteam, wil de maatschappelijke impact van het werk van de ingenieur zichtbaarder maken. De focus ligt daarbij steeds meer op welzijn dan op welvaart. De Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties vormen het kompas. ABT zoekt altijd de integraliteit. Door kennis en mensen flexibel en ‘best for project’ te clusteren kan het bureau slimmer en beter ontwerpen. De duurzaamheidsvraagstukken van morgen zijn alleen op te lossen als je ze integraal benadert. Het is de samenwerking van verschillende disciplines die tot de beste resultaten leidt. Sander Dorleijn: “Grensverleggend waarmaken, noem ik het. In het verleden ‘adviseerden’ wij, deze generatie wil verantwoordelijkheid nemen om de echte uitdagingen aan te gaan. Vanuit die motivatie werken wij graag aan bijzondere projecten, de echte specials. Binnen deze projecten zoeken wij de grenzen van het mogelijke op en zorgen we dat we de regie houden om de beloften waar te maken. Dan borg je de kwaliteit optimaal.”
 
Relaties en opdrachtgevers reageren wisselend op het ‘nieuwe’ ABT. “We merken dat we voor de troepen uit lopen. De markt is nog gewend aan gescheiden disciplines. Maar klanten merken snel hoe goed het in de praktijk werkt. Als integrale projectorganisatie kunnen we onze knowhow maximaal op elk project aanwenden. Die extra klantwaarde wordt absoluut herkend en gewaardeerd.”
 
Frisse, resultaatgerichte cultuur
 
Afsluitend kijkt het viertal positief terug op de eerste maanden als directieteam. “Het is belangrijk te beseffen dat een bedrijf nooit ‘af’ is. Wij blijven ons ontwikkelen en dagen onze medewerkers uit dat ook te blijven doen. Het is deze drive in ontwikkeling die een continue stroom nieuwe medewerkers naar ABT trekt. Dat geeft ook een frisse en resultaatgerichte cultuur in ons bureau waar veel jongeren bij aan willen haken. Daarmee staat ABT klaar voor de toekomst. We gelóven in het model en hebben een aantrekkelijk voorstel, zowel naar de markt als naar professionals die aan deze ontwikkeling willen bijdragen en bij ons willen komen werken.”
 
Voor meer informatie: directiesecretariaat@abt.eu | 026 368 31 49
 
Afbeelding: D1620-03 Foto Jacques Kok directie abt
Van links naar rechts: Rudi Roijakkers, André Speksnijder, Sander Dorleijn, Justin de Jong
 
Klik hier voor meer informatie over de directie en hun bio’s.
 
Dit artikel is gepubliceerd in het ABT Magazine, juni 2020.
 
Foto © Jacques Kok
Deel dit bericht