banner_kantoor_delft
07 juli 2016

Meten aan gebruikersgedrag

Het eigen gebouw als proeftuin
“Wij weten alles van de geschiedenis van ons eigen kantoor”, aldus bouwfysisch adviseur Ad van der Aa van ABT, tevens voorzitter van de Nederlands Vlaamse Bouwfysica Vereniging. “Behalve over het energieverbruik. Daarvan krijgen we iedere maand keurig een rekening, maar of het bedrag hoog of laag is en of we daar op kunnen besparen, is een groot vraagteken.”

Het is opvallend om te zien dat zelfs een ingenieursbureau met een brede scope en grote nieuwsgierigheid eigenlijk niets weet over de energiehuishouding in het eigen kantoor. “Moet je nagaan hoe het met ‘gewone’ gebouweigenaren is gesteld.”

Het energiegebruik in gebouwen wordt tot nu toe vooral bekeken vanuit technisch oogpunt. Maar er zijn naast bouwkundige en installatietechnische voorzieningen meer factoren die het energiegebruik bepalen. Energiegebruiksberekeningen gaan uit van een standaard referentiejaar, dat is vastgesteld aan de hand van gemiddelden over de afgelopen representatieve jaren. We zien echter dat het klimaat de laatste jaren duidelijk verandert. Daarnaast kan er lokaal een behoorlijke afwijking zijn tussen een gebouw dat midden in een stad ligt, of een gebouw dat gesitueerd is in een buitenwijk. Een andere belangrijke factor die sterk onderbelicht is, is het gebruikersgedrag in gebouwen. Ten onrechte, zo meent Van der Aa. Want juist in energiezuinige gebouwen bepaalt uiteindelijk juist de gebruiker hoe het gebouw presteert.

“We kunnen gebouwen en installaties nog energiezuiniger maken dan ze nu al zijn, maar als we niet veel meer aandacht schenken aan het gebruikersgedrag zullen we per saldo nog maar weinig winst boeken. En juist dit gebruikersgedrag blijkt de grote onbekende factor te zijn.”

In het eigen kantoor in Delft wordt daar door middel van een uitgebreide monitoring de schijnwerper op gezet. Om uit de praktijk te leren hoe het staat met het gebruikersgedrag en om die kennis vervolgens in te zetten in het voorspellen van het energiegebruik in andere gebouwen.

Het kantoor van ABT is opgeleverd 2001. Sindsdien is er nooit meer aan gemeten. Van der Aa: “Er zat een verouderd gebouwbeheersysteem in, dat niemand meer kon uitlezen. We hebben daarom eerst een nieuw systeem geplaatst, zodat we alles online kunnen zien en monitoren. Toen zagen we direct dat een aantal dingen nooit heeft gefunctioneerd. Er was bijvoorbeeld een regelklep waarvan een draadje loszat. En we zagen direct mogelijkheden om de installatie beter te laten functioneren door andere instellingen van het gebouwbeheerssysteem die rekening houden met dynamisch gedrag van opwarmen en afkoelen van het gebouw.”

Voorspellen, bewaken, meten, en monitoren
Nu deze omissies duidelijk worden, kan Van der Aa beginnen met het optimaliseren en monitoren van het gebouw. Het is de bedoeling om het komende jaar uitgebreid te meten. “We denken er bijvoorbeeld over om bewegingsmelders te plaatsen, zodat we kunnen zien hoeveel mensen zich waar bevinden en dat later kunnen koppelen aan de informatie die het systeem teruggeeft over gebruik van licht, verse lucht en warmte.

“Die cijfers worden gecombineerd met wat we weten over de bouwkundige kwaliteit van het gebouw, de prestaties van de installaties, en de klimatologische omstandigheden buiten, om tot een methode te komen die ons helpt om het daadwerkelijke energiegebruik in kantoren beter te kunnen voorspellen en bewaken, meten, monitoren”, aldus Van der Aa.

Het doel daarbij is drieledig. Bij hedendaagse aanbestedingen wordt inschrijvers in toenemende mate gevraagd om ook de exploitatie te garanderen voor een bepaalde gebruiksperiode. Dat maakt voorspellingen over het energieverbruik voor deze inschrijvers ineens belangrijk, want een hogere energiegebruik over een periode van bijvoorbeeld 25 jaar tikt dan wel behoorlijk aan. Ten tweede: in de beheerfase kan je de voorspellingen koppelen aan de resultaten die het beheersysteem geeft en dan kan je conclusies trekken over wat er wel en niet werkt. Bovendien detecteert het systeem of bepaalde installaties minder gaan presteren en kun je daar dan actief op anticiperen, door tijdig over te gaan tot herstel of vervanging van componenten.

Alles in BIM
Het uiteindelijke doel is om zo ver te komen dat gebouwbeheerders in de toekomst het energieverbruik van hun gebouw kunnen terugvinden in BIM. Dat sluit direct aan bij de strategische doelstelling die veel opdrachtgevers hebben om BIM ook in te zetten tijdens de gebruiksperiode van een gebouw als instrument voor beheer en onderhoud. Bij ABT zijn we daar inmiddels heel ver mee en dit instrumentarium biedt daar een mooie aanvulling op.

Ad van der Aa is al enige jaren betrokken bij de onderzoeken van de International Energy Agency . Eerder was hij al betrokken bij onderzoek naar hybride ventilatiesystemen (IEA Annex 35), Klimaatactieve bouwelementen (IEA Annex 44) en naar al welke factoren die het totaal energiegebruik in gebouwen bepalen (IEA  Annex 66). De case study in het kantoor in Delft maakt deel uit van zijn onderzoek naar gebruikersgedrag in kantoorgebouwen.

Deel dit bericht