Woonzorgcomplex Kloostertuin Nijmegen_ABT installatieadvies
24 november 2015

Duurzaam gebouw moet mensen stapje vooruit helpen

Maken mensen een gebouw, dan wordt het algauw te zwaar en te dicht. Dat zou niet gebeuren als ontwerpers in plaats van dichtgetimmerde regels en normen, de gebruiker als uitgangspunt nemen voor een duurzaam gebouw. Dat vinden partners Ad van der Aa en Jaap Wiedenhoff van ABT.

Hoe komt het dat gebouwen te zwaar en te dicht zijn?
Jaap Wiedenhoff: ‘We maken gebouwen meestal van beton. Daardoor wordt een gebouw heel zwaar. De vraag is of dat nodig is. Zet je bijvoorbeeld een kantoor voor twintig jaar neer, dan kun je veel lichtere materialen gebruiken voor de draagconstructie. Denk bijvoorbeeld aan staal, hout of kunststoffen. Is het gebouw lichter, dan kan de klimaatinstallatie ook veel lichter worden uitgevoerd waardoor het energieverbruik lager is. In de huidige praktijk wordt energiebesparing gerealiseerd door gebouwen dicht te maken, vaak te dicht. Een gebouw krijgt hierdoor iets van een plasticzak.’

En waarom is de gebruiker dan zo belangrijk?
Ad van der Aa: ‘De gebruiker bepaalt voor een groot deel de uiteindelijke energieconsumptie van een gebouw. Niet alleen door zijn of haar gedrag; staan in de winter de ramen open, dan is er meer energie nodig om het gebouw te verwarmen. Maar ook door zijn of haar behoeften. Wat dat betreft is het opvallend om te moeten constateren dat we sinds 1975 de wet- en regelgeving steeds strenger hebben gemaakt, maar dat het energieverbruik alleen maar is toegenomen. Die stijging wordt grotendeels verklaard door de toename van het aantal elektrisch apparaten in gebouwen; computers, installaties en servers in kantoren en drogers, televisies en centrale verwarming in woningen.’

Grotendeels …? Dus niet helemaal … ?
Jaap Wiedenhoff: ‘Het energieverbruik van gebouwen is vaak onnodig hoog omdat we heel veel dingen regelen die niet geregeld hoeven te worden. In verpleegtehuizen en ziekenhuizen bijvoorbeeld is de temperatuur overal altijd 24 °C. Dat kost heel veel energie en is helemaal niet nodig. Sterker nog, het verplegend personeel is bij die relatief hoge temperatuur minder alert en productief. Door zo te ontwerpen dat alleen de plekken waar de patiënten echt behoefte hebben aan 24 °C ook 24 °C zijn, met name bij en rond het bed, kunnen installaties kleiner en efficiënter worden uitgevoerd. Het resultaat is meer comfort en minder energieverbruik.’

Als overregulering van het binnenklimaat zo slecht is voor de gebruiker, waarom gebeurt het dan?
Ad van der Aa: ‘Bij het ontwerpen van gebouwen staat niet de gebruiker centraal, maar de regelgeving. In allerlei normen en handboeken staan eisen voor het binnenklimaat. Uit onzekerheid  en om geen fouten te maken, kiezen opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers er voor om daaraan krampachtig vast te houden. Het gevolg is dat er installaties worden geplaatst  die in alle ruimtes de binnenklimaatcondities binnen een nauwe bandbreedte op peil moeten houden. Maar dat is niet nodig. In een entreehal of gang, waar mensen slechts doorheen lopen, kan de temperatuur zonder problemen variëren.’

Hoe kunnen we de regels zo toepassen dat gebouwen wel duurzaam worden ontworpen?
Ad van der Aa: ‘Wil je een duurzaam gebouw maken, dan moet je begrip hebben van de fundamentele fysische basisprincipes en die in het belang van de gebruiker toepassen. En niet uitgaan van de beproefde regels en processen. Daarbij komt dat we de nijging hebben om duurzaamheid tot een doctrine of religie te maken waarin iedereen moet geloven. Dat helpt niet bij het maken van de juiste ontwerpkeuzes.’

Jaap Wiedenhoff: ‘Duurzaamheid wordt in Nederland vaak calvinistisch ingevuld; het moet minder, minder, minder. In zo’n context is er geen ruimte voor innovatie en vernieuwing. Mensen herhalen dan liever de oude fout. Terwijl ze beter een nieuwe fout kunnen maken om tot de innovatie en vernieuwing te komen die de samenleving nodig heeft. Een duurzaam gebouw moet mensen een stapje vooruit helpen, gebruikers gezonder en gelukkiger maken.’

Deel dit bericht